Nederweert en de scheepvaart.

 

Op de grens van Limburg en Brabant, op het snijvlak van drie waterwegen, ligt grenzend aan de autosnelweg A2, de plaats Nederweert. Met zijn ruim 16.000 inwoners is Nederweert één van de grootste gemeentes van Limburg. (102 km2) Nederweert (of Merefelt = te midden van meren) is een overwegend agrarische gemeente, die doorkruist wordt, door de kanalen.
De Zuid-Willemsvaart die in vroegere tijden onder andere voor de afvoer van de turf uit de Peel zorgde. Van oudsher (1826) was dit kanaal de verbinding tussen Maastricht en Den Bosch.
Het traject van de Zuid-Willemsvaart is 122,5 kilometer lang en heeft een verval van 40 meter. Het hele kanaal werd destijds met de hand gegraven en er werden 21 enkelvoudige sluizen aangebracht om het verval te overbruggen. Dit leverde een hoop werkgelegenheid op in de omgeving.

Het kanaal Wessem-Nederweert is een 16,8 km lang kanaal tussen de Maas en de Zuid-Willemsvaart. Het kanaal takt bij Wessem, beneden Maasbracht, aan de linkeroever van de Maas in noordwestelijke richting af, en stoot bij Nederweert op de Zuid-Willemsvaart en de Noordervaart.

De Noordervaart is het ongeveer 15 km lange traject tussen Nederweert en Beringe van het oorspronkelijk plan. In de tijd van Napoleon werd het - oorspronkelijk uit het begin van de 17e eeuw daterende - plan opgevat een vaarverbinding met de weidse naam Grand Canal du Nord (“Grote Noordervaart”) te graven tussen de Rijn bij Düsseldorf en de Schelde bij Antwerpen.

 

 

 

 

In 1808 begon men met de aanleg, maar verder dan het traject tussen Lozen (in België, zo’n 10 km ten zuidwesten van Weert) en Beringe is men niet gekomen. Het stuk tussen Lozen en Nederweert is later opgenomen in de Zuid-Willemsvaart. Het kanaal loopt door een gebied met veel intensieve veehouderij, maar aan de zuidzijde ligt nog een aantal Peelrestanten (Kruisvennen, Groote Moost, De Snep) met bossen, heiden en vennen. De stroming wordt in het doodlopende kanaal gehandhaafd door een duiker aan het einde van het kanaal in Beringe, waardoor water naar (een aanvoerkanaal naar) de Everlosche Beek wordt vervoerd en door het Kanaal van Deurne, een zijkanaal.

In 1853 werd de onvoltooide, Noordervaart bevaarbaar gemaakt ten einde de mogelijkheid te openen turf uit de Peel af te voeren en de bevloeiing van dit gebied te bevorderen.

 

 

 

 

In 1822 besloot koning Willem I de plannen van Napoleon verder uit te voeren en een verbindingskanaal te graven tussen Maastricht en 's-Hertogenbosch. Het kanaal werd naar koning Willem vernoemd. Omdat in Overijssel al een ander kanaal naar hem vernoemd was, de Willemsvaart, werd er nu het woord Zuid aan toegevoegd: Zuid-Willemsvaart. Het traject van de Zuid-Willemsvaart is 122,5 kilometer lang en heeft een verval van 40 meter. Het hele kanaal werd destijds met de hand gegraven en er werden 21 enkelvoudige sluizen aangebracht om het verval te overbruggen. Dit leverde een hoop werkgelegenheid op in de omgeving.

De officiële opening van de Zuid-Willemsvaart had plaats op 24. augustus 1826. De eerste schepen, die het kanaal in noordelijke richting afvoeren, waren geladen met kalk en steenkool, terwijl de eerste in zuidelijke richting varende schepen hoofdzakelijk met koopmansgoederen en zout waren geladen.